logo idiomorf  
Bekijk de tekeningen op deze website en zie de kracht van de eenvoud
english translation vorige afbeelding terug naar overzicht volgende afbeelding    
   
Schematische medische tekening over zenuwprikkels naar menselijke hersenen  
 
 
 
   

Medische tekening over Menselijke hersenen
De menselijke hersenen lijken van de buitenkant gezien enigszins op een leverkleurige walnoot vanwege alle plooien en groeven die erin zitten. Ze zijn niet groter dan twee gebalde vuisten naast elkaar. Door al die plooien en groeven wordt het oppervlak aanzienlijk vergroot zodat er plaats is voor veel neuronen, ongeveer 125 miljard. Veel neuronen betekent veel contactmogelijkheden, dus veel mogelijkheden om informatie op te nemen en te verwerken. Toch vormt deze weke massa het commandocentrum van ons lichaam waar alle activiteiten in het lichaam gereguleerd worden. Zo zijn er bijvoorbeeld gebieden voor de zintuigen en voor motorische informatie, maar ook voor het regelen van het dag- en nachtritme, het geheugen en de emoties.

Zoekt u medische tekeningen als deze ?
Wij hebben voor klanten als deze een grote verscheidenheid aan medische tekeningen en medische animaties gemaakt. Hiervan ziet u enkele voorbeelden op deze website. Deze medische afbeeldingen zijn gebruikt voor het illustreren van anatomische atlassen en vakliteratuur. Onze illustraties en animaties maken het mogelijk om genezings processen en risicofactoren beter te begrijpen. Dit bespaart u en de eindgebruiker tijd. Veel informatie over gezondheid en en het menselijk lichaam zijn tegenwoordig op internet te lezen. Hierop spelen wij met onze expertise in. Onze tekeningen kunnen gebruikt worden voor zowel gedrukte als digitale media.
Neem contact met ons op voor een afspraak.

Het Zenuwstelsel
Het zenuwstelsel kan worden gedefinieerd als het orgaan dat de prikkels uit het lichaam zelf en uit de buitenwereld opvangt en verwerkt. Het zenuwstelsel functioneert voor een groot deel via reflexen, dat wil zeggen dat als reactie op een bepaalde prikkel een bepaalde activiteit plaatsvindt zonder dat er bewustwording aan te pas komt. Het zenuwstelsel heeft ook hogere functies in de vorm van coŲrdinatie, willekeurige activiteit, geheugen en psychische processen. Het kan een bevel tot uitvoering geven door middel van zenuwbanen naar spieren, klieren en andere organen. Het zenuwstelsel kan op twee verschillende manier worden ingedeeld. Namelijk anatomisch (op grond van bouw en ligging) en functioneel (op grond van functie). Maar vaker wordt er gesproken over het animale (willekeurige) en vegetatieve (onwillekeurige / autonome) zenuwstelsel.

Het animale zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) en het perifere zenuwstelsel (heersen- en ruggenmergszenuwen). Via het animale zenuwstelsel wordt ook het contact van de mens met de buitenwereld verzorgd (sensibele deel en motorische deel). Het sensibele deel brengt de waargenomen (prikkels) die de zintuigen treffen naar de hersenen. Het motorische deel verzorgt het tot stand komen van alle bewegingen. In de hersenen komen de sensibele gewaarwordingen tot bewustzijn, en van het bewustzijn uit kan er contact ontstaan met het motorische zenuwstelsel. Hierdoor ontstaan er bewuste bewegingen.

Het vegetatieve zenuwstelsel bestaat uit het centrale systeem (bevat het sympathische en parasympathische zenuwstelsel) en het perifere systeem. Het verzorgt de regeling van de orgaanfuncties die niet direct de relatie van de mens met de buitenwereld bepalen (bloedsomloop. ademhaling, spijsvertering, uitscheiding en stofwisseling).

Het zenuwstelsel is net als andere organen opgebouwd uit weefsels. Het karakteristieke zenuwstelsel bestaat uit twee soorten cellen: zenuwcellen (neuronen) steuncellen (neurogliacellen).

Centrale zenuwstelsel
= Hersenen (grote hersenen, kleine hersenen & hersenstam) & = Ruggenmerg (centraal gedeelte & banen)

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de hersenen en het ruggenmerg. Vanuit en naar het centraal zenuwstelsel lopen uitlopers van zenuwcellen van en naar alle delen van het lichaam. Dit heet het perifere zenuwstelsel. Het perifere zenuwstelsel bestaat uit 12 paar hersenzenuwen, 32 paar ruggenmergzenuwen en een sympathische grensstreng. Via de zenuwcellen worden er signalen doorgegeven van en naar de hersenen.

Er zijn sensibele en sensorische banen; sensibele banen betreffen de gevoelens van het lichaam (pijn en drukgevoel) en bij sensorische banen betreffen het de zintuigen (bijvoorbeeld oog en oor). De afvoerende banen (effenende banen) lopen van het centrale zenuwstelsel naar spieren of klieren, deze banen zijn motorisch.

De prikkelgeleiding en reflexen
Het lichaam bezit veel verschillende soorten reflexen. Deze reflexen zorgen er voor dat wanneer je je vinger brandt, deze automatisch terug getrokken wordt zonder dat je er over na hoeft te denken. Dit zou alleen maar tijd kosten. Daarnaast is er ook de gewone prikkelgeleiding van motorische en sensibele zenuwen welke ervoor zorgen dat we kunnen bewegen en reageren op onze omgeving.
Een zenuw is een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel en bestaat uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen. Zenuwen bevatten twee typen zenuwvezels: snelle en trage vezels. Langs een zenuwvezel worden impulsen doorgegeven door verandering van de elektriciteit over de celmembraan. Hoewel dit wel een elektrisch fenomeen is, gaat het hier niet om simpele geleiding van elektriciteit: er treedt een verandering op in de celmembraan waardoor het verschil tussen de binnenkant en de buitenkant van de cel verandert en deze verandering breidt zich langs de uitlopers van een zenuwcel uit, enigszins vergelijkbaar met het zich verplaatsen van het vlamfront in een stuk lont. De snelheid van een impuls dat door een zenuw wordt geleid is dan ook vele malen kleiner dan die van een elektrisch puls in een koperen draad. Bij snelle vezels gaat dat met grotere snelheid (maximaal tussen de 70 en 120 meter per seconde) dan bij langzame vezels. De snelste zenuwen zijn de motorische zenuwen die naar de grote skeletspieren gaat. De snelheid waarmee het signaal zich voortplant is afhankelijk van de dikte van zowel de myelineschede als van de diameter van de zenuw.

Zenuwen geleiden zowel signalen van de hersenen via het ruggenmerg naar de spieren, waardoor de spieren samentrekken, als informatie van de zintuigen naar het ruggenmerg en de hersenen toe. Daarvoor heeft de zenuwcel, waarvan het cellichaam meestal in het centraal zenuwstelsel ligt, uitlopers genaamd axonen en dendrieten. Axonen geleiden van de zenuwcel af, dendrieten er naartoe. Bestaat een zenuw uitsluitend uit vezels die spieren prikkelen tot samentrekken, dan gaat het om een motorische zenuw; in het andere geval spreekt men van een sensorische zenuw of gevoelszenuw. Komen beide voor, dan is het een gemengde zenuw.

De informatieoverdracht tussen zenuwcellen onderling en naar andere cellen gaat via synapsen. Hierbij wordt meestal een chemische stof, een neurotransmitter, overgedragen van de ene cel op de andere. Bekende neurotransmitters zijn acetylcholine, dopamine en serotonine.

De grijze stof heeft als functie het verwerken van informatie, terwijl de witte stof de communicatie tussen de zenuwcellen verzorgt. De karakteristieke grijsbruine kleur komt door het mengsel van bloedvaten en cellichamen van zenuwcellen. De grijze stof (Latijn: substantia grisea) is het deel van het centraal zenuwstelsel dat de cellichamen van de zenuwcellen, de dendrieten en de korte axonen bevat. De witte stof is het deel dat de lange, gemyeleniseerde axonen bevat. De grijze stof bevindt zich in de hersenen vooral (maar niet uitsluitend) aan de buitenkant. In het ruggenmerg ligt de grijze stof centraal en wordt omsloten door de witte stof (nr 1). In de tussenhersenen zijn grijze en witte stof afwisselend verdeeld (nr 2). In de eindhersenen ligt de grijze stof aan de buitenrand. Deze vormt de hersenschors, cortex, terwijl de witte stof binnen ligt (nr3).

Normale prikkelgeleiding bij het testen van de watertemperatuur Je gaat een patiŽnt ondersteunen bij het douchen, en wilt voelen of het water niet te heet is alvorens je de sproeier op de patiŽnt zet. Een motorische prikkel komt vanuit het motorische centrum (dat voor de centrale groeve ligt) en gaat vanuit de grijze stof uit de hersenschors over in de lange witte uitloper van een zenuwcel. Deze lange uitloper gaat door het ruggenmerg. Ter hoogte van je arm komt de motorische prikkel binnen in de voorhoorn (van het vlindervorige figuur) in het ruggenmerg. In deze voorhoorn wordt de prikkel overgeschakeld op de lange uitloper van de zenuwcel die in de grijze stof van de voorhoorn zit. De motorische prikkel gaat via de voorwortel naar een motorische zenuw die naar de spier gaat, die je hand doet bewegen richting de sproeier om het water te voelen.

Je steekt je hand onder de douchekop, en door de temperatuur van het water wordt er een zintuigcel geprikkeld die dit vervolgens doorgeeft aan een sensorische zenuw. Deze gaat op zijn beurt weer naar het ruggenmerg. De sensorische prikkel komt via de achterwortel, in de achterhoorn binnen en wordt in de grijze stof omgeschakeld naar de witte stof. Deze witte stof ligt in het ruggenmerg en buiten het vlindervorige figuur. De sensorische prikkel gaat via sensorische banen (in het ruggenmerg) naar het gevoelscentrum in de hersenen (ligt achter de centrale groeve). In het gevoelscentrum aangekomen komt de bewustwording van de temperatuur van het water. Veel te koud!

Op het moment dat je beseft dat de temperatuur van het water te laag is wordt er weer een motorische prikkel weggestuurd om ervoor te zorgen dat je hand de kraan een paar graden hoger draait. Deze motorische prikkel gaat dan weer vanuit de grijze stof over in witte stof, komt in het ruggenmerg in de voorhoorn binnen en wordt omgezet in grijze stof, in de vlindervorige figuur in de ruggenmerg. De prikkel wordt van grijze stof omgezet in witte stof en verlaat via de voorwortel het ruggenmerg. De motorische prikkel laat je aan de knop van de kraan draaien en het water is op temperatuur. De patiŽnt kan worden geholpen bij het douchen. Het echte werk kan gaan beginnen.

Reflex bij te heet water Je gaat beginnen met het douchen van je patiŽnt, maar als je de temperatuur van het water voelt is het water veel te heet. Uit een reflex trek je snel je hand terug om deze niet te branden aan het water. Bij een reflex wordt de via de achterwortel binnenkomende sensorische prikkel meteen in het ruggenmerg omgeschakeld van achterhoorn naar voorhoorn. Hierdoor gaat er een motorische prikkel via de voorwortel weer weg en laat de hand terugtrekken. Er gaat gelijktijdig tevens een sensorische prikkel richting de hersenen welke nog niet bij de hersenen aangekomen op het moment dat de hand wordt terug getrokken. Het besef komt dus pas later, de reflex voorkomt verbranding van je hand, en van de patiŽnt.