logo idiomorf  
Bekijk de tekeningen op deze website en zie de kracht van de eenvoud
vorige afbeelding terug naar overzicht volgende afbeelding    
   
Exploded view tekening van een kunst heupgewricht van het menselijk skelet  

 
Copywright 2008, Idiomorf infographics  
 
   

Waarom slijt een heupgewricht?
De uiteinden van de beenderen van een gezond heupgewricht passen in elkaar zoals een bol in een kom. Ze zijn bedekt met zacht kraakbeen, zodat ze soepel en pijnloos langs elkaar kunnen bewegen. Met het ouder worden slijt het kraakbeen. Op den duur kan het zelfs helemaal verdwijnen. De botuiteinden worden dan ruw en schuren langs elkaar. Dat veroorzaakt pijn bij het bewegen en stijfheid. Een dergelijke vorm van slijtage noemt men artrose. 20 Procent van alle 55-plussers heeft last van een vorm van artrose. Van alle 65-plussers is dat zelfs 90 procent. Behalve artrose kan ook een (aangeboren) ziekte of een botbreuk tot heupklachten leiden. Wanneer de pijn zo erg wordt dat je niet meer gezond kunt bewegen kan tot plaatsing van een kunstgewricht overgegaan worden. In dat geval worden de versleten onderdelen van de heup (deels) verwijderd en vervangen door een kunstgewricht zoals op de infographic te zien is.

Zoekt u illustraties als deze?
Wij hebben deze klant een serie medische tekeningen gemaakt voor een artikel over hoe een kunst heupgewricht er uit ziet. Bekijk ook de geanimeerde variant. Onze medische animaties en tekeningen kunnen veel verheldering brengen en maken het mogelijk om complexe medische ingrepen beter te begrijpen. Dit bespaart u en de eindgebruiker moeite en tijd. Onze tekeningen kunnen gebruikt worden voor zowel gedrukte als digitale media.
Neem vrijblijvend contact met ons op voor een afspraak.


Levensduur van een kunst heupgewricht
Over het algemeen gaat een kunst heupgewricht zeker vijftien jaar mee. Bij 75 procent van de patiënten zelfs langer dan twintig jaar. Bij zeer actieve mensen en mensen met fysiek zware beroepen slijt de prothese sneller. Ook gewicht speelt een rol bij het tempo waarmee een prothese slijt. Hoe lang een ‘sportheup’ meegaat is nog niet bekend.

Tekenen dat een heupprothese versleten raakt zijn:
pijn, een klikkend geluid en instabiliteit. In het laatste geval kunt u het gevoel hebben dat u door uw been zult zakken. Aan de hand van een röntgenfoto kan worden vastgesteld of de kunstheup inderdaad versleten is. In theorie kan zo'n gewricht zelfs meerdere keren vervangen worden. Of dat ook gebeurt hangt onder andere af van de botkwaliteit en de algemene gezondheid van een patiënt. Zo’n ‘gereviseerde’ constructie doet het meestal minder goed dan de eerste prothese. Met elke nieuwe operatie en prothese raakt het eigen bot immers verder belast. Als een ‘sportheup’ aan vervanging toe is, komt er meestal een totale heupprothese voor in de plaats.

De techniek
In de meeste gevallen wordt het zo'n gewricht van het menselijk skelet in zijn geheel vervangen zoals op deze medische tekening te zien is. Dat heet een ‘totale heupprothese’. De steel van de prothese wordt in het bovenbeen vastgezet. Daarbovenop komt een nieuwe, bolvormige kop. De heupkom wordt uitgeslepen, zodat er een kunstkom in kan worden geplaatst. Daarmee is het nieuwe heupgewricht compleet. De operatie neemt zo’n 1,5 uur in beslag. Welke prothese voor welke patiënt geschikt is hangt onder andere af van de aandoening en de lichaamsbouw. In Nederland worden ongeveer twintig verschillende protheses gebruikt. Er zijn geen specifieke modellen voor mannen of vrouwen. Wel zijn deze er in vele soorten en maten en daardoor geschikt voor vrijwel iedereen. In heel uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij een bottumor in de heup, kan het nodig zijn een prothese op maat te maken.

Zoals de tekening laat zien
zitten er verschillende materialen in zo'n prothese verwerkt: kunststof, keramiek of metaal. Door slijtage kunnen soms kleine stukjes van dat materiaal in het lichaam komen. Vooralsnog lijken die alleen ter plaatse effect te hebben: de prothese kan er losser door komen te zitten. In dat geval moet die vervangen worden. Hoe vaak dat voorkomt verschilt per soort prothese.
Bij de helft van de mensen vergroeit de prothese met het bot. Bij de andere helft is het bot van zichzelf echter niet voldoende stevig. De prothese wordt dan tijdens de ingreep vastgezet met botcement. De patiënt merkt geen verschil: de bewegingsvrijheid is in beide gevallen gelijk.

Sinds 2002 is er een nieuwe techniek resurfacing.
Bij zo’n operatie wordt de heupkop niet verwijderd, maar slijpt de chirurg alleen het beschadigde deel (de kraakbeenlaag) van de heupkop af. Daarbovenop komt een metalen cup: een soort harde douchemuts voor de heupkop. Het voordeel van deze techniek is dat het eigen heupgewricht grotendeels intact blijft. Dat geeft meer stabiliteit, waardoor patiënten intensiever kunnen bewegen dan met een totale heupprothese. Zo’n nieuwe heup wordt in de volksmond ook wel ‘sportheup’ genoemd. Niet omdat je daarmee álle sporten kunt beoefenen, maar wel meer dan met een totale heupvervanging.

Of iemand in aanmerking komt voor deze operatie
hangt onder andere af van zijn leeftijd, zijn botsterkte en de mate waarin hij lichamelijk actief is. Voor patiënten met ernstige osteoporose is de ‘sportheup’ bijvoorbeeld niet mogelijk: de kans op botbreuk is dan te groot. Daar komt bij dat resurfacing een relatief nieuwe techniek is; er zijn nog geen langetermijn resultaten van bekend. Om die reden is men terughoudend met het toepassen ervan. In Nederland zijn ongeveer twintig verschillende heupprotheses op de markt, en ook nog een aantal sportheupen. Hierdoor kan binnen één ziekenhuis kunnen meerdere soorten en merken worden gebruikt.

Er is geen ‘beste heupprothese’.
Welke prothese het meest geschikt is, hangt af van bijvoorbeeld de leeftijd, de algemene conditie en de levensstijl van de patiënt. Ook de bewezen resultaten van de prothese en de ervaring en persoonlijke voorkeur van de arts spelen een rol bij de keus.